Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de zoekopdracht Ga naar de hoofdnavigatie

Metalen buizen en hulpstukken afstemmen op de leidingconfiguratie

Bij metalen buizen en hulpstukken start de keuze met de opbouw van het leidingtraject. Een recht deel, een richtingsverandering, een aftakking, een afsluiting of een overgang naar een andere draadmaat vraagt telkens om een andere vorm. Bepaal daarom vooraf welke aansluitingen aan beide zijden nodig zijn. Vooral het onderscheid tussen binnendraad, buitendraad en binnendraad x buitendraad is bepalend voor een passende verbinding.

Voor een recht tussenstuk met buitendraad zijn pijpnippels een logische keuze. Zowel gegalvaniseerde als zwarte stalen pijpnippels komen voor met buitendraad en een vermelde drukklasse van 16 bar. Wanneer twee delen met binnendraad verbonden moeten worden, past een nippel met buitendraad aan beide zijden. Een sok met binnendraad is juist geschikt om twee buitendraadaansluitingen met dezelfde maat te koppelen.

De juiste vorm kiezen voor bochten, aftakkingen en overgangen

Gebruik een knie van 90° wanneer het leidingtraject haaks van richting verandert. Knieën met binnendraad verbinden twee buitendraadaansluitingen. Een uitvoering met binnendraad x buitendraad is aangewezen wanneer de aansluitingen aan weerszijden verschillend zijn. Messing knieën zijn vermeld met 30 bar; RVS 316 knieën met 16 bar. Vergelijk dus niet alleen de hoek, maar ook de draadvorm, het materiaal en de drukklasse.

Een T-stuk van 90° is bedoeld wanneer een derde aansluiting vanuit een haaks leidingtraject nodig is. T-stukken in messing, gegalvaniseerd gietijzer en RVS 316 zijn uitgevoerd met binnendraad. Kies een T-stuk pas nadat de drie benodigde draadmaten en de vereiste materiaaluitvoering vastliggen. Voor een overgang tussen twee maten zijn verloopringen, verloopnippels en verloopsokken relevanter dan een standaard sok. Een verloopring combineert buitendraad met binnendraad, een verloopnippel heeft buitendraad en een verloopsok binnendraad.

Materiaal en drukklasse vergelijken

Messing fittingen omvatten onder meer nippels, sokken, knieën, T-stukken, verloopringen, verloopnippels, verloopsokken en een plug met O-ring. Bij de vermelde messing uitvoeringen komt een drukklasse van 30 bar voor, met uitzondering van de radiatorkoppeling die met 20 bar is aangeduid. Gegalvaniseerd gietijzer is terug te vinden in nippels, sokken, knieën, T-stukken, verloopstukken, koppelingen en pluggen met DVGW-aanduiding en 25 bar.

RVS 316 is een optie voor nippels, sokken, knieën, T-stukken en verloopringen met een vermelde drukklasse van 16 bar. Voor een verbinding met bevestigingspunt is er ook een muurplaat van RVS 304 met binnendraad, aangeduid met 50 bar. Beoordeel de drukklasse altijd per concreet hulpstuk en niet alleen op basis van het materiaal. De productvorm, draadaansluiting en uitvoering blijven minstens even belangrijk voor een correcte selectie.

Draadverbinding, flensverbinding of vaste buisaansluiting

Bij een schroefbare configuratie zijn RVS draadkoppelingen en messing draadkoppelingen relevante productgroepen. Stem de draadzijde van het hulpstuk af op de bestaande aansluiting. Een plug met buitendraad dient om een aansluiting met binnendraad af te sluiten. De messing uitvoering met O-ring verschilt daarbij van een gietijzeren, gegalvaniseerde plug door materiaal en uitvoering.

Wanneer een flensaansluiting nodig is, zijn stalen flenzen relevant. Een stalen, verzinkte draadflens combineert een DIN-flens met binnendraad en is aangeduid als PN10-16. Voor een vaste verbinding in staal zijn stalen lasfittingen een afzonderlijke keuze. Wie metalen buis rechtstreeks aansluit, kan ook messing knelkoppelingen voor metalen buis vergelijken met RVS perskoppelingen, afhankelijk van de gewenste aansluitmethode.

Praktische controle vóór de keuze

Controleer eerst de vereiste functie: verbinden, haaks afbuigen, aftakken, verlopen, afsluiten of aan een wand bevestigen. Leg daarna de draadmaten en de combinatie van binnen- en buitendraad vast. Kies vervolgens het materiaal en controleer de vermelde drukklasse van elk onderdeel. Bij een samengestelde verbinding moeten alle aansluitingen logisch op elkaar aansluiten. Zo voorkomt u dat een passend ogend hulpstuk door een verkeerde draadvorm of maat niet in de leidingopbouw past.