Meet- en regelapparatuur afstemmen op waterinstallaties
Bij watermetingen en regeltechniek water bepaalt de functie in de installatie welke meet- en regelapparatuur past. Voor het opvolgen van druk zijn manometers geschikt, terwijl watermeters het waterverbruik registreren en debietmeters of flowmeters gericht zijn op de doorstroming. Wanneer waterdosering nodig is, vragen doseerpompen om een andere selectie dan meetapparatuur water. Door eerst vast te leggen welke waarde gemeten, gecontroleerd of gedoseerd moet worden, wordt het eenvoudiger om aansluitingen, drukwaarden en uitvoering naast elkaar te vergelijken.
In systemen waar zowel debiet als verbruik relevant zijn, is het belangrijk om watermeters en flowmeters niet als uitwisselbaar te behandelen. Een watermeter wordt geselecteerd op de gewenste meteruitvoering, nominale diameter, aansluiting en eventuele pulse-optie. Een stromingsmeter, elektronische doorstroommeter of transparante flowmeter wordt gekozen wanneer de doorstroming het centrale selectiepunt is. Voor een gerichte keuze binnen water- en flowmeters moeten de leidingaansluiting en de opgegeven druk passen bij de installatie.
Manometers kiezen op drukbereik, wijzerplaat en aansluiting
Voor drukcontrole moet het drukbereik van de manometer aansluiten bij de druk die gecontroleerd wordt. De beschikbare uitvoeringen tonen onder meer bereiken van 0-0,4 bar, 0-1 bar, 0-1,5 bar, 0-2,5 bar, 0-4 bar, 0-6 bar, 0-10 bar en 0-16 bar. Vergelijk daarbij ook de manometerdiameter. Uitvoeringen van 40, 50, 63 en 100 mm maken het mogelijk om de wijzerplaatgrootte af te stemmen op de beschikbare inbouw- of afleesruimte.
De plaats van de aansluiting is minstens even belangrijk als het drukbereik. Manometers komen voor met onderaansluiting, achteraansluiting en zijaansluiting, telkens met buitendraad. Controleer daarom vóór de bestelling welke richting de aansluiting in de bestaande opstelling heeft en welke draadaansluiting vereist is, zoals 1/8, 1/4 of 1/2. Een inbouwmanometer met acheraansluiting is relevant wanneer de meter in een paneel of voorziening wordt ingebouwd. Wie een droge of glycerinegevulde uitvoering vergelijkt, kiest het type dat expliciet voor de gewenste opstelling is voorzien.
Wanneer de draadmaten van de manometer en het aansluitpunt verschillen, kan een messing manometerverloopring met buitendraad en binnendraad nodig zijn. De vermelde verloopringen zijn geschikt voor 40 bar. Dit voorkomt dat een passende manometer alleen op basis van drukbereik wordt gekozen, zonder de draadverbinding te controleren. Voor aanvullende druk- en temperatuurcontrole kunnen manometers en thermometers samen worden afgestemd.
Watermeters selecteren volgens meterprincipe en leidingverbinding
Bij watermeters bepalen het meterprincipe, het materiaal, de montagerichting en de aansluiting de selectie. Messing en vernikkeld messing watermeters zijn beschikbaar met buitendraad, terwijl nylon modellen eveneens buitendraad hebben. Voor grotere aansluitingen zijn droge gietijzeren watermeters met DIN-flens beschikbaar. Een flensaansluiting vraagt een andere systeemverbinding dan een uitvoering met buitendraad. Controleer daarom altijd DN-maat, draadmaat of flensuitvoering voordat een watermeter wordt gekoppeld aan de leiding.
Voor horizontale montage zijn verschillende types aanwezig, waaronder multi-jet-, schoepen- en Woltman-watermeters. Single jet-watermeters zijn eveneens beschikbaar. Watermeters kunnen droog of nat uitgevoerd zijn. Bij de keuze tussen deze uitvoeringen moet de gevraagde meteropbouw expliciet overeenkomen met de technische eis van de installatie. Bepaal ook of een CE/MID-, MID- of WRAS-aanduiding vereist is. Deze aanduidingen zijn niet op elke watermeter gelijk, waardoor ze als concreet selectiecriterium moeten worden gecontroleerd.
Een pulse-optie is relevant wanneer die functie voor de beoogde watermeter nodig is. Die optie komt voor bij verschillende multi-jetwatermeters en bij een natte messing watermeter. Let er ook op dat drukklassen verschillen: watermeters in de beschikbare uitvoeringen zijn onder meer aangeduid voor 10 of 16 bar. Voor de montage met een watermeter met buitendraad kunnen vlakdichtende messing watermeterkoppelingen en verdelers helpen, mits wartel-, binnen- en buitendraad op elkaar zijn afgestemd.
Debietmeters vergelijken op meetprincipe en leidingmateriaal
Voor debietcontrole is het meetprincipe een belangrijke keuze. Een messing stromingsmeter met buitendraad is beschikbaar voor 10 bar. De elektronische doorstroommeter voor water heeft een nylon behuizing, binnendraad en een opgegeven druk van 10,3 bar. Wie een lijmverbinding in PVC-U nodig heeft, kan een transparante PVC-U-flowmeter met lijmmoffen en een drukwaarde van 10 bar vergelijken. Deze aansluitvormen zijn niet onderling uitwisselbaar: buitendraad, binnendraad en lijmmof moeten aansluiten op de gebruikte leidingdelen.
Naast de aansluiting verdient ook het aangegeven debietbereik aandacht. Een messing stromingsmeter is bijvoorbeeld aangeduid voor 2 tot 12 l/min, terwijl een PVC-U-flowmeter met een specifiek bereik wordt geselecteerd. Kies niet uitsluitend op materiaal of drukklasse, maar stem het opgegeven meetbereik af op de doorstroming die gecontroleerd moet worden.
Doseerpompen afstemmen op waterdosering
Voor waterbehandeling doseren of andere toepassingen met waterdosering zijn MixRite-doseerpompen beschikbaar met buitendraad, slangtule en opnieuw buitendraad. Deze aansluitcombinatie vraagt controle van zowel de draadverbindingen als de maat van de slangtule. Er is een MixRite 2.5 PO-uitvoering voor pluimvee en een MixRite 2.5 On/Off-uitvoering. Selecteer de uitvoering op de beoogde toepassing en de vereiste bediening, en controleer de opgegeven doseerwaarde van 0,3 tot 2 bij de gekozen variant. Voor aanverwante oplossingen binnen dosering is dezelfde controle van aansluitingen en toepassing essentieel.
Een consistente selectie combineert dus steeds de meet- of doseerfunctie met de fysieke inbouwvoorwaarden. Vergelijk bij drukmetingen het bereik en de aansluiting, bij watermeters het type, materiaal, montagerichting en eventuele pulse-optie, en bij flowmeters het meetprincipe, debietbereik en leidingverbinding. Zo sluiten meet- en regelapparatuur en de bijhorende koppelingen technisch op elkaar aan.