Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de zoekopdracht Ga naar de hoofdnavigatie

Fittingen druppelslang afstemmen op het leidingtraject

Bij een druppelslanginstallatie bepaalt de functie van elk leidingdeel welke fitting past. Een recht traject dat moet worden doorverbonden vraagt om een verbindingspijpje. Waar een leiding wordt opgesplitst, komt een T-stuk of een 3-wegverdeler in beeld. Voor een richtingsverandering van 90° is een knie de gerichte keuze. Een leidingeinde sluit u af met een plug of eindkap. Door eerst de functie van het aansluitpunt vast te leggen, wordt het eenvoudiger om de juiste fittingen druppelslang te vergelijken.

Bij een rechte koppeling tussen leidingen met dezelfde maat ligt een verbindingspijpje voor de hand. Wanneer twee verschillende maten moeten aansluiten, is een verloopuitvoering relevant, zoals een verbindingspijpje van 20 mm naar 16 mm. Controleer daarbij beide aansluitmaten afzonderlijk. Een verbinding die aan één zijde op 16 mm past, is niet automatisch geschikt voor de maat aan de andere zijde.

De juiste aansluitvorm kiezen: barbed, tape, lock of slangtule

De aansluitvorm moet overeenkomen met het systeemdeel dat wordt gekoppeld. Barbed fittingen druppelslang komen voor als verbindingspijpje, T-stuk, knie, plug, slangtule en 3-wegverdeler. Voor tape zijn specifieke tape-uitvoeringen aangeduid, waaronder een PP-plug voor tape. Een lock-uitvoering, zoals een PP-eindkap lock, vraagt om een passend lock-aansluitpunt. Vergelijk dus nooit uitsluitend op diameter, maar ook op de benaming van de aansluiting.

Wanneer een leidingdeel op schroefdraad moet aansluiten, is een slangtule of T-stuk met draad relevant. Er zijn uitvoeringen met buitendraad x barbed, binnendraad x barbed en combinaties van barbed x buitendraad x barbed. Kies binnendraad of buitendraad uitsluitend volgens de tegenaansluiting in het traject. Een sok of puntstuk kan daarnaast passend zijn wanneer de verbinding niet draait om een barbed-, tape- of slangtuleaansluiting.

Vertakken en omleiden met T-stukken, verdelers en knieën

Een T-stuk is geschikt wanneer één leiding in een haakse aftakking verdergaat. Bij een traject met drie aansluitingen kan een 3-wegverdeler een logische configuratie vormen. Let bij deze onderdelen op de maatvolgorde. Een T-stuk kan bijvoorbeeld dezelfde maat aan alle zijden hebben, maar ook 16 mm x 20 mm x 16 mm combineren. De maat van de hoofleiding en die van de aftakking moeten daarom afzonderlijk overeenkomen met de geplande leidingdelen.

Een T-stuk met een draadaansluiting in het midden is relevant als het traject daar op een onderdeel met draad moet aansluiten. Voor een Tavlit T-stuk is een uitvoering met barbed x binnendraad x barbed en volle doorlaat aangeduid. Een Tavlit kruis heeft vier barbed aansluitingen en is een andere configuratie dan een T-stuk. Kies de vorm op basis van het vereiste aantal richtingen en aansluitpunten, niet alleen op basis van de diameter.

Gebruik een T-stuk voor een aftakking en een knie wanneer het traject enkel onder 90° van richting verandert. Dat onderscheid voorkomt dat een onderdeel met een ongewenst extra aansluitpunt wordt gekozen. Bij het beëindigen van een traject vergelijkt u een plug of eindkap op aansluitvorm, maat en drukklasse.

Materiaal, maat en drukklasse als selectiecriteria

POM, PP en PA (nylon) komen voor bij verschillende fittingtypen. Materiaal is geen losstaand selectiecriterium: beoordeel het altijd samen met de fittingvorm, aansluiting, maat en drukklasse. POM-uitvoeringen zijn onder meer aangeduid bij barbed T-stukken, knieën, pluggen en verbindingspijpjes. PP komt voor bij barbed, lock en tape-uitvoeringen. PA (nylon) slangtule-uitvoeringen zijn onder meer aangeduid voor verbindingspijpjes, T-stukken, knieën en slangtules.

De vermelde drukklasse verschilt per uitvoering. Voorbeelden zijn 4 bar bij POM- en PP-fittingen, 5,5 bar bij een Azud knie, 6 bar bij bepaalde verbindingspijpjes en knieën, 8 bar bij een Tavlit kruis en 10 bar bij PA (nylon) slangtule-uitvoeringen. Vergelijk de drukklasse van de gekozen fitting altijd met de vereiste drukklasse van het betrokken traject. Ga daarbij uit van de specificatie van de concrete uitvoering, want hetzelfde fittingtype kan in meerdere drukklassen voorkomen.

Praktische controle vóór de keuze

Leg voor elk aansluitpunt vast of het om een rechte verbinding, aftakking, richtingsverandering, draadaansluiting of afsluiting gaat. Controleer vervolgens de maat aan elke zijde, de aansluiting - barbed, tape, lock, slangtule, binnen- of buitendraad - en de drukklasse. Deze volgorde helpt om een 16 mm fitting druppelslang, een 20 mm verbinding of een overgangsstuk gericht te selecteren.