Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de zoekopdracht Ga naar de hoofdnavigatie

Druppelbevloeiing en microberegening afstemmen op de installatie

Bij tuinberegening bepaalt de gewenste opbouw welke combinatie van druppelirrigatie en microberegening past. Een leiding met vaste afgiftepunten vraagt om een druppelbevloeiingsslang met passende diameter, wanddikte, drukwaarde, uitlaatafstand en afgifte per uur. Voor afzonderlijke aftakkingen zijn druppelaars, verdeelstukken en mini-sproeiers relevanter. Wanneer de leiding ondergronds wordt aangelegd, komt een sub-surface druppelbevloeiingsslang in beeld. Voor wortelbewatering is een afzonderlijk Hunter wortelbewateringssysteem beschikbaar.

Stem niet alleen de hoofdslang af op de toepassing, maar ook de aansluitdelen op de gekozen maat en verbinding. Een correcte combinatie van slang, koppelingen, schroefdraadverbindingen en afsluitingen voorkomt dat onderdelen met een ander aansluittype worden gecombineerd.

De juiste druppelslang kiezen voor de leidingopbouw

PE druppelbevloeiingsslangen komen voor in 6 mm en 16 mm, terwijl ook aansluitdelen van 17 mm aanwezig zijn. Vergelijk daarom altijd de nominale maat van de slang met de maat van de fittingen en verbindingsstukken. Bij een lijn met meerdere afgiftepunten verdienen ook de uitlaatafstand en de afgifte per uur aandacht. Deze waarden verschillen per uitvoering, bijvoorbeeld 30 cm of 33 cm uitlaatafstand en 1,4, 2, 2,2, 2,3 of 3 ltr/h.

Ook de drukwaarde en wanddikte verschillen. Voorbeelden zijn slangen met 2,7, 3, 3,8, 4 of 4,1 bar en wanddiktes van 0,9, 1,0, 1,14, 1,15 en 1,2 mm. Vergelijk deze gegevens met de vereisten van de volledige leidingopbouw. Kies vervolgens tussen een type PC en een type non-PC op basis van de gevraagde configuratie en de technische gegevens van de gekozen uitvoering. Voor een gerichte vergelijking van slangtypes en uitvoeringen zijn druppelslangen het logische vertrekpunt.

Ondergrondse uitvoering en wortelbewatering

Voor ondergrondse aanleg zijn sub-surface druppelbevloeiingsslangen beschikbaar. Een Rain Bird XFS-uitvoering is aangeduid als sub-surface en met terugslagklep. NaanDan TurfDrip Sub Surface is eveneens als sub-surface uitgevoerd. Vergelijk bij deze keuze dezelfde basisgegevens als bij bovengrondse lijnen: diameter, wanddikte, drukwaarde, afgifte en uitlaatafstand.

Wanneer wortelbewatering gevraagd is, past een afzonderlijk wortelbewateringssysteem beter dan een gewone druppelslang. Hunter RZWS-systemen zijn beschikbaar in meerdere varianten, met bijhorende RZWS-filterhulzen. Bekijk wortelbewatering samen met de vereiste aansluiting, hoogte en afgifte per uur.

Koppelingen afstemmen op slangmaat en verbindingstype

Druppelslang koppelingen en fittingen bepalen hoe een leiding wordt verlengd, van richting verandert, vertakt of op schroefdraad wordt aangesloten. Voor 16 mm zijn PP lock-onderdelen beschikbaar, waaronder T-stukken, knieën van 90°, verbindingspijpen, overgangsstukken en plugkleppen. De overgangsstukken combineren een 16 mm lock-aansluiting met binnen- of buitendraad, waaronder 1/2 en 3/4.

Voor Rain Bird XFF17 zijn kunststof onderdelen met een 17 mm barbed-aansluiting beschikbaar, zoals verbindingspijpjes, knieën, T-stukken en overgangsstukken. Vergelijk niet enkel de maat, maar ook zorgvuldig lock, barbed, binnen- en buitendraad. Een 16 mm lock-onderdeel en een 17 mm barbed-onderdeel hebben een verschillend verbindingstype. Voor de opbouw van aftakkingen en overgangen zijn druppelslang fittingen daarom best samen met de gekozen slang te selecteren.

Druppelaars en mini-sproeiers voor lokale aftakkingen

Bij een opbouw met afzonderlijke afgiftepunten vraagt de aansluitwijze extra aandacht. Rain Bird insteekdruppelaars hebben een 4,7 mm insteek x barbed-aansluiting en een drukwaarde van 3,5 bar. Netafim PC CNL-druppelaars hebben een insteek x slangtule-aansluiting, eveneens met een drukwaarde van 3,5 bar. Hunter HEB-druppelaars hebben een 1/2 binnendraad. Selecteer de druppelaar dus pas nadat duidelijk is hoe de lokale leiding of schroefdraadaansluiting wordt uitgevoerd.

Mini-sproeiers op spike vormen een andere keuze voor lokale beregening. Een Rain Bird mini-sproeier op spike heeft een 6 mm barbed-aansluiting, een 360° uitvoering en een hoogte van 13 cm. Bij een configuratie met meerdere uitgangen kan een Rain Bird verdeelstuk met zes uitgangen, 6 mm insteek x barbed en 2 bar worden meegenomen. Vergelijk voor dergelijke opstellingen ook spikes, verdeelstukken en de maat van de aansluitende slang binnen druppelaars en micro-beregening.

Praktische selectievolgorde voor druppelirrigatie

Start met de keuze tussen een druppelslang, wortelbewateringssysteem, afzonderlijke druppelaar of mini-sproeier. Bepaal daarna of de leiding bovengronds of sub-surface wordt aangelegd. Leg vervolgens de slangmaat, uitlaatafstand, afgifte per uur, wanddikte en drukwaarde vast. Pas daarna worden T-stukken, knieën, verbindingspijpen, overgangsstukken, buisklemmen en plugkleppen geselecteerd.

Controleer bij elk aansluitdeel of de maat en het verbindingstype identiek zijn aan die van de aan te sluiten component. Let bij overgangsstukken bovendien op de vereiste binnen- of buitendraad. Deze volgorde maakt het eenvoudiger om druppelbewatering, aftakkingen en lokale microberegening als één technisch samenhangende installatie te configureren.